Voor judoka’s en hun ouders
Omdat het judo uit Japan komt is het vanzelfsprekend dat je wel eens Japanse benamingen tegenkomt. Een judozaal bijvoorbeeld heet een dojo, de mat die in de dojo ligt heet een tatmi en je judopak noem je een judogi.

De Judobanden en je judopak
Het Japanse woord voor de judoband die je om hebt, is obi. Er zijn verschillende kleuren band te behalen namelijk: De witte band, de gele band, de oranje band, de groene band, de blauwe band, de bruine band en de zwarte band (die heeft je meester). Naast de banden zijn er ook nog slippen, deze banden en slippen moet je zelf verdienen en soms hard voor werken...
 Door de judotechnieken uit je hoofd te leren kun je banden of slippen behalen. Deze banden en slippen kan je verdienen op het judo-examen. Dit examen worden 2 keer per jaar gehouden voor recreanten t/m de oranje band en 1 keer voor de selectieleden. Bij het behalen van een nieuwe kleur band of slip krijg je je diploma uitgereikt.

Judoregels
Dat je je tijdens de judoles netjes moet gedragen en geen grote mond mag hebben tegen elkaar en tegen de Sensei hoort iedereen natuurlijk te weten. Dit zijn niet de enige regels die er zijn in het judo. In het volgende stukje kun je lezen waar je op moet letten voordat je begint met de judoles. Als je een echte judoka wilt zijn, moet je je ook gedragen als een echte judoka.

Handen en voeten
Een judoka kun je herkennen aan zijn handen en voeten. Zijn nagels zijn net als de rest van zijn lichaam, lekker schoon. Hiermee wordt bedoeld: kortgeknipt en zonder vieze zwarte randen. Lange nagels zijn net scheermesjes en kunnen andere judoka’s makkelijk verwonden. Als je toevallig last van wratten of eczeem hebt, moet je een schone sok tijdens de judoles dragen. Zo voorkom je dat je je voet pijn doet en het is voor jezelf en voor anderen een heel stuk frisser. Bovendien weten de andere judoka’s dat je iets hebt aan je voet en dat ze daar dus voorzichtig mee moeten doen.

Je haar
Lang haar hoor je in een vlecht of staart te doen. Dit zorgt ervoor dat niemand je per ongeluk aan je haren trekt als ze je vast willen pakken en het zorgt ervoor dat je eigen haren niet voor je ogen hangen (dit is een beetje lastig judoën).

Sieraden
Tijdens de judoles is het niet toegestaan sieraden te dragen. Aan ringen en horloges zitten vaak scherpe randjes. Hieraan kun je jezelf en anderen makkelijk pijn doen. Ook gaan kettinkjes en armbanden makkelijk stuk tijdens een judopartij. Om te voorkomen dat je het kwijtraakt kan je al je ringen, kettingen en horloges het beste thuis laten of in een kluisje op de sportschool doen.

Je judopak
Je judogi dient altijd schoon te zijn. Tijdens de judoles ga je door het harde oefenen meestal zweten, zorg ervoor dat als je thuiskomt je je judogi uit je tas haalt om te kunnen luchten. Als je heel erg gezweet hebt of als je pak vies is, laat je hem natuurlijk meteen wassen zodat je de volgende keer weer fris op de mat staat. En wat je zeker nooit mag vergeten, is dat je niet van huis gaat in je judogi maar vanuit de kleedkamer naar de dojo loopt en je altijd je slippers moet dragen vanwege de hygiëne.

In de kleedkamer
Als je de kleedkamer binnen gaat hoor je je rustig te gedragen. Vreselijk hard praten of schreeuwen hoort daar zeker niet bij. Spullen van anderen laat je natuurlijk netjes liggen/hangen.

In de dojo
In de dojo moet je je natuurlijk altijd netjes gedragen. Een van de belangrijkste dingen hier is dat je altijd goed naar je sensei (de judomeester) luistert. Alleen dan kan je later een goede judoka worden. Aan het begin en aan het einde van de judoles gaan alle kinderen netjes op een rij aan de kant van de mat zitten. (degene met de hoogste band zit altijd vooraan en degene met de laagste band zit achteraan) om een buiging te maken. Dit is de Japanse manier om iedereen gedag te zeggen.

(gedrags)regels
• Elkaar geen pijn doen en ruziemaken.
• Niet hard door elkaar heen praten (zo hoor je je leraar niet meer).
• Niet zomaar uit de dojo lopen (dit moet je eerst aan je leraar vragen).
• Niet te laat in de les komen (hierdoor mis je belangrijke aanwijzingen en stoor je de andere judoka’s).

Het moraal van het verhaal:
DE VRIENDELIJKHEID
: dat is het respect voor de ander
DE MOED
: dat is doen wat rechtvaardig is
DE OPRECHTHEID: 
dat is zich uiten zonder zijn gedachten te verbergen
DE EER:
 dat is trouw zijn aan het gegeven woord
DE EENVOUD:
 dat is praten over zichzelf zonder trots
HET RESPECT:
 zonder respect kan geen enkel vertrouwen ontstaan
DE ZELFBEHEERSING: 
dat is zich in weten te houden als de drift opkomt
DE VRIENDSCHAP:
 dat is het zuiverste van de menselijke gevoelens

Ga naar boven