Wie voor het eerst een judotoernooi bijwoont ziet al snel door de bomen het bos niet meer.

  • Wie heeft er gewonnen en waarom?
  • Wat maakt die man in dat zwarte pak voor gebaren?
  • Hoeveel potjes komen er nog?
  • Waarom windt die man op de tribune zich zo op?

Om de beginnende toeschouwer snel op weg te helpen volgt hier een minicursus.

Wie is de winnaar?

Er zijn vijf manieren om een judowedstrijd te winnen:

- met een goed gelukte worp;

- op de grond met een houdgreep;

- op de grond met een armklem;

- op de grond met een verwurging;

- door diskwalificatie van de tegenstander.

Worp

De tegenstander moet in een doorgaande beweging op zijn rug belanden. De scheids geeft 'ippon' en de wedstrijd is over. Lukt de worp niet helemaal dan worden er punten gegeven. Als de wedstrijdtijd verstreken is, is degene met de meeste punten winnaar.

Houdgreep

Houd de tegenstander 20 (jeugd) of 25 (volwassenen) seconden met zijn rug op de grond en je hebt gewonnen. Weet hij zich voor die tijd los te maken of een been van de tegenstander in te klemmen dan is de houdgreep voorbij. Afhankelijk van de tijd dat de houdgreep geduurd heeft worden er punten toegekend. Sommige houdgrepen zijn zo onaangenaam dat de tegenstander aftikt.

Verwurging

Door de judojas stevig om de hals en nek van de tegenstander te trekken maak je een verwurging. De judoka die dit ondergaat tikt dan af om te voorkomen dat hij flauwvalt. Tikt hij te laat af dan wordt hij gediskwalificeerd van het toernooi. In beide gevallen heeft de aanvaller gewonnen.

Armklem

Voor de armklem gelden allerlei regels en technieken, maar het komt er op neer dat de arm wordt overstrekt en dat het slachtoffer aftikt om pijn en blessures te voorkomen.
Het lijkt misschien een tikkeltje bruut, maar vergeet niet dat beide judoka's erop geoefend hebben en precies weten hoever ze kunnen gaan.

Ga naar boven